Bandenspanning

De juiste bandenspanning heeft veel invloed op het rijgedrag van een motorfiets. Een correcte spanning draagt bij aan stabiliteit, stuurprecisie, grip, comfort en een gelijkmatige slijtage van de banden. Er bestaat echter geen universele bandenspanning die voor iedere motorfiets geschikt is.

Voor normaal gebruik op de openbare weg is de door de motorfabrikant voorgeschreven bandenspanning altijd het belangrijkste uitgangspunt. Deze waarden staan meestal in het instructieboekje en vaak ook op een sticker of plaatje op de motorfiets.

Welke bandenspanning is geschikt voor een motor?

Bij veel straatmotoren ligt de bandenspanning vooraan globaal rond 2,2 tot 2,5 bar en achteraan rond 2,5 tot 2,9 bar. Deze waarden zijn uitsluitend voorbeelden en mogen niet als algemene instelling voor iedere motor worden gebruikt.

Een lichte naked bike, een zware toerfiets en een cruiser kunnen ondanks vergelijkbare bandenmaten verschillende spanningen nodig hebben. Gewicht, belasting, constructie en de specificaties van de motorfiets spelen allemaal een rol.

Daarom moet de juiste bandenspanning nooit uitsluitend op basis van de bandenmaat worden gekozen.

Bandenspanning voor normaal straatgebruik

Bij dagelijks gebruik op de weg moet de aanbevolen koude bandenspanning van de motorfabrikant worden aangehouden.

De spanning wordt het best gecontroleerd voordat er met de motor is gereden. Tijdens het rijden warmt de band op en stijgt de luchtdruk vanzelf. Dat is normaal.

Wanneer een warme band een hogere waarde aangeeft dan de voorgeschreven koude spanning, moet er daarom niet zomaar lucht worden afgelaten. Zodra de band afkoelt, daalt de spanning opnieuw.

Met passagier en bagage

Een passagier, koffers en andere bagage verhogen de belasting van de motorfiets. Vooral de achterband krijgt hierdoor meer gewicht te verwerken.

Veel motorfabrikanten geven aparte bandenspanningen op voor solo rijden en voor rijden met passagier of volledige belading. Wanneer zulke waarden beschikbaar zijn, moeten deze worden gevolgd.

Het is niet verstandig om zelf extra druk toe te voegen boven de voorgeschreven waarden. Gebruik de instelling die de fabrikant specifiek voor de betreffende belasting voorschrijft.

Bandenspanning op het circuit

Op een circuit worden banden veel zwaarder belast en bereiken ze hogere temperaturen dan tijdens normaal straatgebruik. Daarom kunnen voor sport- en racebanden andere spanningen worden aanbevolen.

Een bandenfabrikant kan bijvoorbeeld een specifieke koude startdruk en een gewenste warme werkdruk voorschrijven. Vooral bij de achterband kan de aanbevolen circuitdruk duidelijk lager liggen dan de spanning die voor straatgebruik wordt gebruikt.

Er bestaat geen universele circuitdruk die voor iedere band geschikt is. Raadpleeg daarom altijd de voorschriften van de fabrikant van het specifieke bandenmodel.

Na een circuitdag moet de spanning voor straatgebruik opnieuw worden ingesteld volgens de aanbevelingen van de motorfabrikant.

Wat gebeurt er bij een te lage bandenspanning?

Bij een te lage spanning vervormt de band tijdens het rijden sterker. Daardoor kan extra warmte ontstaan en kan de band sneller of ongelijkmatig slijten.

Ook het stuurgedrag kan minder precies worden. De motor kan zwaarder aanvoelen bij het insturen en bij hoge belasting of snelheid neemt de belasting van de karkasconstructie toe.

Een bewust lagere druk die door een bandenfabrikant voor circuitgebruik wordt voorgeschreven, is iets anders dan een onvoldoende opgepompte band tijdens normaal weggebruik.

Wat gebeurt er bij een te hoge bandenspanning?

Ook een te hoge spanning is niet automatisch beter. De band kan anders reageren op oneffenheden en het contact tussen band en wegdek kan veranderen.

Een hogere belading betekent daarom niet dat de banden willekeurig harder moeten worden opgepompt. Wanneer voor rijden met passagier of bagage een hogere spanning nodig is, wordt die waarde door de motorfabrikant aangegeven.

Een drukwaarde die op de zijkant van een band staat, is bovendien niet automatisch de aanbevolen gebruiksdruk voor de motorfiets.

Wanneer moet de bandenspanning worden gecontroleerd?

Controleer de bandenspanning regelmatig en bij voorkeur wanneer de banden koud zijn.

Een controle is extra belangrijk voor een lange rit, na een langere periode waarin de motor niet is gebruikt en wanneer de buitentemperatuur sterk verandert.

Bij kou daalt de luchtdruk in een band doorgaans. Bij hogere temperaturen stijgt deze weer. Daarom kan een correct ingestelde bandenspanning na een duidelijke weersverandering opnieuw moeten worden gecontroleerd.

Gebruik een betrouwbare bandenspanningsmeter

Een nauwkeurige meter maakt het gemakkelijker om beide banden correct af te stellen. Meet indien mogelijk steeds met dezelfde betrouwbare bandenspanningsmeter, zodat kleine verschillen tussen verschillende meetapparaten geen verwarring veroorzaken.

Controleer tegelijkertijd ook het ventiel en het ventieldopje. Wanneer een band steeds opnieuw druk verliest, moet worden onderzocht of er sprake is van een lekkage, beschadiging of probleem met het ventiel.

Welke bandenspanning moet je uiteindelijk gebruiken?

Voor normaal straatgebruik is de door de motorfabrikant opgegeven koude bandenspanning de juiste basis.

Bij een passagier of extra bagage moet de voorgeschreven waarde voor hogere belasting worden gebruikt, wanneer de fabrikant deze opgeeft. Voor circuitgebruik gelden daarnaast de specifieke aanbevelingen van de bandenfabrikant.

De juiste bandenspanning wordt dus niet alleen bepaald door de band zelf, maar vooral door de combinatie van motorfiets, belasting en gebruiksomstandigheden.